woensdag 20 augustus 2008

Op stoom

Als je een verhaal gaat schrijven en er komt iets van geschiedenis in voor, dan doe je research. Dat kan zich beperken tot het opzoeken van een jaartal, maar het kan ook bestaan uit urenlang zoeken op allerlei websites, lezen van deskundige boeken ter zake, gesprekken met historici en bezoekjes aan musea, archeologische sites en gebouwen.

Als je een verhaal schrijft over de eerste trein in Nederland - in mijn geval het prentenboek 'De Vuurdraak' - dan verdiep je je dus in treinen. Nu is het een gelukje dat de stoomtrein nog niet tot zó'n grijs verleden behoort dat je de ervaring zelf niet meer kunt meemaken. De wagons van de stoomtreinen die nu nog rijden zullen wel iets comfortabeler zijn dan die van de allereerste treinen. Daarin zat in de tweede en derde klasse immers geen glas in de ramen - op sommige hele oude derdeklaswagons zat zelfs niet eens een dak.

Om goed op stoom te komen voor je verhaal, is zo'n ritje met een echte stoomtrein natuurlijk een must. En, zoals je op de foto's ziet, heb ik dat ook gedaan. Het was een hele belevenis. Ik ging zo dicht mogelijk bij de locomotief zitten om niks te missen van de stoomwolken (dat zou ik in de 19e eeuw misschien niet gedaan hebben, want dan kreeg je door die open ramen al dat roet in je gezicht).

Ik verbaasde me over het slakkengangetje en besefte dat de mensen 170 jaar geleden écht in een andere versnelling leefden: men vond de snelheid van 35 km per uur waarmee de trein reed vreselijk onverantwoord. Dokters beweerden zelfs dat wie een ritje met de trein waagde, risico liep op hersenletsel. Door de snelheid, wel te verstaan, niet door een of ander ongeluk, waar ze trouwens ook erg bang voor waren.

De eerste trein deed ruim een half uur over de rit van Amsterdam naar Haarlem, tegenwoordig duurt het (vanaf Amsterdam Centraal) een kwartiertje, met bovendien nog een tussenstop. Maar ja, vergelijk dat met de vier uur die de trekschuit erover deed, en je snapt dat de mensen een beetje huiverig stonden tegenover dat nieuwe, ijzeren, sissende en stomende monster.

Maar nou komt het: toen ik vorige week op de stoomtrein stapte, lag mijn boek al lang en breed bij de drukker. Tijdens het schrijven had ik geen enkele gelegenheid gevonden om mijn ideeën aan de praktijk te toetsen. Het ritje met de stoomtrein was, in het kader van research, dan ook absoluut mosterd na de maaltijd, vijgen na Pasen, totaal nutteloos.

Maar het was wél leuk!

Ook een ritje maken? Dat kan bijvoorbeeld met de Stoomtrein Goes-Borsele, de trein van het Nationaal Smalspoormuseum Valkenburg, met de S.T.A.R. Stadskanaal of de Stoomtrein Apeldoorn-Dieren.

Reageren op dit bericht? Klik op 'reacties' hieronder.

Geen opmerkingen: